Interpretatie van labowaarden bij transgender personen – Casus 3: PSA bij een transvrouw
Casus 3: PSA bij een transvrouw

Een transvrouw onder feminiserende hormoontherapie heeft een PSA-waarde van <2 ng/mL. Hoewel de prostaat behouden blijft, is de incidentie van prostaatcarcinoom bij transvrouwen duidelijk lager dan bij cismannen (Standardized Incidence Ratio = 0,20).
Door de invloed van oestrogenen en anti-androgenen neemt het prostaatvolume en de PSA-secretie af. Hierdoor liggen de verwachte PSA-waarden lager dan de leeftijdsspecifieke referentiewaarden voor mannen.
Beleid: Een lage PSA bij transvrouwen is doorgaans fysiologisch. Bij twijfel over klinische relevantie of bij stijgende waarden is het belangrijk om de PSA-trend in de tijd te volgen, eerder dan enkel de absolute waarde te beoordelen.
Kernboodschap: De prostaat blijft aanwezig bij transvrouwen, maar PSA-niveaus liggen lager door hormonale suppressie. Interpretatie moet gebeuren binnen het kader van de gebruikte hormoontherapie en de individuele trend.
Praktische aanbevelingen voor artsen
- Na 3 maanden GAHT: gebruik referentiewaarden van het bevestigde gender, behalve bij orgaanspecifieke testen.
- Non-binaire personen: stem interpretatie af op hormoondosering en fysieke veranderingen.
- Communicatie met het labo: Noteer op het aanvraagformulier het gewenste referentiekader (M/V).
